Deze druif, die in duitsland spat- of blauburgunder heet, is de basis van de beroemde wijnen van de Cote d'Or en speelt ook in de Champagne een belangrijke rol. De cistercienzermonniken verspreidden hem al, en hij kwam onder andere terecht in de Elzas, in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Noordoost-italie en Oost-europa. Toch is het een van de lastigste blauwdruivenvarieteiten, omdat hij alleen bij lage opbrengsten en zorgvuldige vinificatie echt overtuigende kwaliteit oplevert.